Hofboeken Weddehoen 1

De Hofboeken van Weddehoen tot de Franse Revolutie

Deze hofboeken geven een schat aan informatie hoe het  de bewoners op het erf Koebrugge verging. Lees dit in samenhang met de stamboom, dan valt dit alles wel samen.

4 november 1781

Willem Meijer, hofmeijer van Weddehoen, verklaart dat Roelof Koebrugge en diens vrouw Fenne wegens achterstallige pacht aan het Landrentambt Twenthe schuldig te zijn een bedrag van ƒ 90-12-0 tegen een jaarlijkse rente van 3 %, waarvoor zij hun bouw- en erfrecht verbinden. (Hofboek Weddehoen, blz. 123 – 124)

Roelof is de zoon van Hendrik ten Koebrugge, maar was geen deelgenoot van de kinderscheiding. Hij was toen al 25 jaar. Hier blijkt dat hij het erf had overgenomen.

8 april 1785

Willem Meijer, hofmeijer van Weddehoen, verklaart dat Gerrit Heerbaart panding heeft gedaan op de roerende goederen van de bouwman op het erve Koebrugge, ten einde betaling te verkrijgen van een bedrag van ƒ 82 wegens rente van een kapitaal van ƒ 100 á  3,5 %, onder verplichting om het kapitaal met de verschenen rente met ingang van 1 oktober aanstaande terug te betalen.  (Hofboek Weddehoen, blz. 138 – 139)

Roelof kon de zaak kennelijk niet draaiende houden. De reden is onbekend, wel lijkt het erop dat de geldverstrekker en ver familielid is. Want Roelof ter Heerbaart is stamvader van de familie Koebrugge en trad al in 1715 in het huwelijk.

11 maart 1786

Roelof Coebrugge en diens vrouw Fenne verklaren te hebben ontvangen van Jan ter Horst een bedrag van ƒ 155 tegen een jaarlijkse rente van 4 %, waarvoor  hij tot onderpand stelt al zijn weekhout-gewas. (Hofboek Weddehoen, blz. 41)

Fenne was niet de vrouw van Roelof, maar de moeder. Roelof en Fenne hebben weer geldgebrek en lenen van Jan ter Horst een buurman van Roelof en Fenne. Kennelijk met de rug tegen de muur gezet door Gerrit ter Heerbaart.

29 april 1786

Willem Meijer, hofmeijer van Weddehoen, verklaart dat Gerrit Heerbaart panding heeft gedaan op de roerende goederen van Roelof Coebrugge, wegens een bedrag van ƒ 25, dat een week na Jacobi 1785 had moeten worden betaald, alsmede wegens een bedrag van ƒ 100 dat op Martini 1785 was verschenen volgens contract van 16 april 1785. (Hofboek Weddehoen, blz. 142)

Dit feit zal de reden zijn dat Roelof en  moeder Fenne gingen lenen bij buurman Jan ter Horst.